De eerste sporen …
‘t Hooghuys is ongetwijfeld het oudste gebouw van de gemeente Berlaar.
Het was een heerlijkheid gelegen te midden van de oude dorpskern, uitgestrekt over wat nu Heikant en Koningshooikt heet, op een “terp” of “motte” zodat men een goed uitzicht had over de omliggende gronden. Tot 1795 was het domein ongeveer 60 ha groot.
Deze “motte” moet reeds in de 6de eeuw bewoond geweest zijn, getuige daarvan zijn de restanten van houten constructies diep onder de grond en gevonden beenderkuilen.
Op het binnenplein, de Warande genaamd, is men tijdens archeologische opgravingen op de restanten van een romaanse toren uit de 8ste eeuw gestoten. Tijdens de heraanleg van het park is er nu een waterpartij gebouwd als merkteken van de vindplaats.
Legende
Volgens de legende ligt ’t Hooghuys aan de basis van het ontstaan van de huidige dorpskern van Berlaar. De inwoners raakten het niet eens over waar de kerk moest gebouwd worden. Er werden op het domein 2 beren losgelaten …ze volgden de vechtende beren en daar waar de ene de andere zou doden moest de kerk gebouwd worden. Die verwijzing naar beren vindt men ook terug in de naam Berlaar alsook in het gemeentewapen, dat gebaseerd is op het wapenschild van de Berthouts, die reeds in de 13de eeuw het grondgebied van Berlaar bezaten.
“Apud Berlar”
De oudst gekende vermelding van Berlaar vindt men terug in een oorkonde van 29 januari 1236 die “APUD BERLAR” wordt genoemd. In deze oorkonde is er sprake van diverse, kort opeenvolgende schenkingen door de Berthouts van Berlaar. Gilles II, zoon van Gilles Berthout I, schenkt op amper een week tijd heel wat bezittingen aan de Abdij van Roosendaal en sticht een abdij te Vremde, die nog dezelfde dag wordt goedgekeurd door Wouter Berthout, Heer van Mechelen. Vanwaar die hoogdringendheid?
Door verschillende bronnen, waaronder de eminente geschiedschrijver Raymond De Groodt, wordt bevestigd dat in de vroege middeleeuwen het Hooghuys, toen gekend als “de burcht van berlaer”, en “huus op ten berch” het strijdtoneel was van ridderspelen en praalvertoon. Dit kan ook worden afgeleid uit de namen van de velden in de omgeving van ‘t Hooghuys ; warande, ommekensvelden, doelvelden, Naar alle waarschijnlijkheid is Gilles II tijdens eén van die tornooien dodelijk gewond geraakt en heeft hij ‘in uiterste nood om genezing” talrijke giften gedaan aan ondermeer de abdij van Roosendaal.
‘t Hooghuys
De opgravingen in de jaren ‘80 bevestigen ook dat‘t Hooghuys oorspronkelijk een omgracht U-vormig kasteel met muur en brug moet zijn geweest. Dit was al af te leiden uit de kaart van Ferraris (1771) en enkele oude gravures.
Toen in de jaren 1570-1585 de omgeving ten prooi aan verschillende legerbenden werd ook dit eens zo indrukwekkend landgoed niet gespaard. Terug hersteld werd het rond 1700 door brand geteisterd en is momenteel nog slechts één vleugel bewaard gebleven. Deze is 15m lang, 6m breed en liefst 14m hoog. Het is ook aan deze, voor die tijd, uitzonderlijke hoogte dat het zijn huidige naam te danken heeft.
Uit de vele authentieke ornamenten; gotische schouwen, deuropeningen, korbelen en balksloefen, zonder te spreken over de beschilderingen die van de 16de en 17de eeuw dateren, kunnen we afleiden dat deze vleugel, en bijgevolg het oorspronkelijke kasteel, moet zijn gebouwd rond 1460. Men vindt verder op een korbeel in de Grote Zaal op het gelijkvloers ondermeer het jaartal 1523, mogelijk een datum van verkoop of verbouwing door de familie Hubert De Plaines, wiens wapenschild we in de Ridderzaal op de 1ste verdieping terugvinden.
In 1760 werd een noordelijke vleugel aangebouwd welke met zijn fundering rust in de slotgracht. De mooie gotische schouw uit de 15e eeuw is afkomstig uit het door brand geteisterde kasteel. Ook de langsschuur dateert uit het midden van de 18de eeuw.
Het gebouw vooraan rust op de kelder en werd eveneens met stenen uit de brand opgebouwd. Het jaartal op de trapgevel spreekt van 1627. In de jaren ’60 is het ingestort en weder opgebouwd met behoud van trapgevel en spaans dak. Enkel de zuidkant bestaat momenteel nog uit de authentieke Spaanse baksteen.
Het Hooghuys bezat het duifrecht, voorbehouden voor adel en abdijen. Getuige hiervan de nog steeds aanwezige duivengaten.
De geschiedenis van ‘t Hooghuys is verre van volledig. We hebben documentatie gevonden waarin sprake van bewoning door een kloosterorde, er zou recht gesproken zijn, er heeft tijdens de Franse revolutie een legereenheid gezeten, … Naarmate we meer opzoekingswerk verrichten en geraadpleegde archieven hun geheimen prijs geven zullen wij deze tekst vervolledigen.
Niemand zal evenwel kunnen betwisten dat ’t Hooghuys een bijzondere getuige is van ons Vlaams cultureel erfgoed, en dat van Berlaar in het bijzonder.
‘t Hooghuys is ongetwijfeld het oudste gebouw van de gemeente Berlaar.
Het was een heerlijkheid gelegen te midden van de oude dorpskern, uitgestrekt over wat nu Heikant en Koningshooikt heet, op een “terp” of “motte” zodat men een goed uitzicht had over de omliggende gronden. Tot 1795 was het domein ongeveer 60 ha groot.
Deze “motte” moet reeds in de 6de eeuw bewoond geweest zijn, getuige daarvan zijn de restanten van houten constructies diep onder de grond en gevonden beenderkuilen.
Op het binnenplein, de Warande genaamd, is men tijdens archeologische opgravingen op de restanten van een romaanse toren uit de 8ste eeuw gestoten. Tijdens de heraanleg van het park is er nu een waterpartij gebouwd als merkteken van de vindplaats.
Legende
Volgens de legende ligt ’t Hooghuys aan de basis van het ontstaan van de huidige dorpskern van Berlaar. De inwoners raakten het niet eens over waar de kerk moest gebouwd worden. Er werden op het domein 2 beren losgelaten …ze volgden de vechtende beren en daar waar de ene de andere zou doden moest de kerk gebouwd worden. Die verwijzing naar beren vindt men ook terug in de naam Berlaar alsook in het gemeentewapen, dat gebaseerd is op het wapenschild van de Berthouts, die reeds in de 13de eeuw het grondgebied van Berlaar bezaten.
“Apud Berlar”
De oudst gekende vermelding van Berlaar vindt men terug in een oorkonde van 29 januari 1236 die “APUD BERLAR” wordt genoemd. In deze oorkonde is er sprake van diverse, kort opeenvolgende schenkingen door de Berthouts van Berlaar. Gilles II, zoon van Gilles Berthout I, schenkt op amper een week tijd heel wat bezittingen aan de Abdij van Roosendaal en sticht een abdij te Vremde, die nog dezelfde dag wordt goedgekeurd door Wouter Berthout, Heer van Mechelen. Vanwaar die hoogdringendheid?
Door verschillende bronnen, waaronder de eminente geschiedschrijver Raymond De Groodt, wordt bevestigd dat in de vroege middeleeuwen het Hooghuys, toen gekend als “de burcht van berlaer”, en “huus op ten berch” het strijdtoneel was van ridderspelen en praalvertoon. Dit kan ook worden afgeleid uit de namen van de velden in de omgeving van ‘t Hooghuys ; warande, ommekensvelden, doelvelden, Naar alle waarschijnlijkheid is Gilles II tijdens eén van die tornooien dodelijk gewond geraakt en heeft hij ‘in uiterste nood om genezing” talrijke giften gedaan aan ondermeer de abdij van Roosendaal.
‘t Hooghuys
De opgravingen in de jaren ‘80 bevestigen ook dat‘t Hooghuys oorspronkelijk een omgracht U-vormig kasteel met muur en brug moet zijn geweest. Dit was al af te leiden uit de kaart van Ferraris (1771) en enkele oude gravures.
Toen in de jaren 1570-1585 de omgeving ten prooi aan verschillende legerbenden werd ook dit eens zo indrukwekkend landgoed niet gespaard. Terug hersteld werd het rond 1700 door brand geteisterd en is momenteel nog slechts één vleugel bewaard gebleven. Deze is 15m lang, 6m breed en liefst 14m hoog. Het is ook aan deze, voor die tijd, uitzonderlijke hoogte dat het zijn huidige naam te danken heeft.
Uit de vele authentieke ornamenten; gotische schouwen, deuropeningen, korbelen en balksloefen, zonder te spreken over de beschilderingen die van de 16de en 17de eeuw dateren, kunnen we afleiden dat deze vleugel, en bijgevolg het oorspronkelijke kasteel, moet zijn gebouwd rond 1460. Men vindt verder op een korbeel in de Grote Zaal op het gelijkvloers ondermeer het jaartal 1523, mogelijk een datum van verkoop of verbouwing door de familie Hubert De Plaines, wiens wapenschild we in de Ridderzaal op de 1ste verdieping terugvinden.
In 1760 werd een noordelijke vleugel aangebouwd welke met zijn fundering rust in de slotgracht. De mooie gotische schouw uit de 15e eeuw is afkomstig uit het door brand geteisterde kasteel. Ook de langsschuur dateert uit het midden van de 18de eeuw.
Het gebouw vooraan rust op de kelder en werd eveneens met stenen uit de brand opgebouwd. Het jaartal op de trapgevel spreekt van 1627. In de jaren ’60 is het ingestort en weder opgebouwd met behoud van trapgevel en spaans dak. Enkel de zuidkant bestaat momenteel nog uit de authentieke Spaanse baksteen.
Het Hooghuys bezat het duifrecht, voorbehouden voor adel en abdijen. Getuige hiervan de nog steeds aanwezige duivengaten.
De geschiedenis van ‘t Hooghuys is verre van volledig. We hebben documentatie gevonden waarin sprake van bewoning door een kloosterorde, er zou recht gesproken zijn, er heeft tijdens de Franse revolutie een legereenheid gezeten, … Naarmate we meer opzoekingswerk verrichten en geraadpleegde archieven hun geheimen prijs geven zullen wij deze tekst vervolledigen.
Niemand zal evenwel kunnen betwisten dat ’t Hooghuys een bijzondere getuige is van ons Vlaams cultureel erfgoed, en dat van Berlaar in het bijzonder.
Laatste nieuws & events
07/12/10
Einde werken
26/06/10
’t Hooghuys op de Berlaarse avondmarkt
25/03/10
Werken in beeld
02/03/10
Eindelijk zon
320x240.jpg)
320-225.jpg)
.jpg)